

Krijgen ouder wordende mensen in onze samenleving nog de ruimte om zelf beslissingen te nemen over belangrijke levensdomeinen zoals ziekte en gezondheid? Veel signalen geven aan dat dit steeds minder het geval dreigt te worden. Hoe komen ouder wordende mensen tot beslissingen over hun gezondheidspraktijk en hoe kunnen ze geholpen worden om hun autonomie te bewaren? Is dat anders bij autochtone dan bij allochtone ouder wordende mensen? Dat zijn de kernvragen waarop dit onderzoek een antwoord wil formuleren.
Daarom wil dit onderzoeksproject volgende doelstellingen realiseren:
De resultaten van dit onderzoek werden gepresenteerd op de studiedag van 22 oktober 2009. De presentaties vindt u hier: Onderzoeksresultaten, Empowerende methodiek, Empowerment intramuraal, Empowerment in de praktijk, Handvaten tot Empowerment, Empowerment binnen kwaliteitszorg, Empowerment vanuit zorgvrager
De mantelzorg staat in Vlaanderen net als in de rest van Europa onder zware druk (Carma project). Enerzijds neemt het aantal zorgbehoevende ouderen en personen met dementie snel toe terwijl anderzijds het draagvlak in de mantelzorg eerder versmalt dan uitbreidt. De huidige generatie mantelzorgers wordt immers steeds ouder terwijl er minder jongeren zijn om hen aan te vullen (minder kinderen, minder gezinnen, verzwakking van de interne verbondenheid wegens hersamenstelling van gezinnen, mobiliteit m.b.t. wonen: verwijderd zijn van de ouderlijke omgeving, enz.). Ook zijn jongere generaties meer gericht op het met twee partners werken zodat in hun arbeidsbelasting nog weinig ruimte overblijft om voor bijvoorbeeld zorgbehoevende ouders of buren te zorgen. Uiteraard blijven de partners doorgaans de eerste en vaak de belangrijkste mantelzorgers. Daar komt nog bij dat de oudere wordende zorgbehoevende personen een grotere voorkeur vertonen om zo lang als mogelijk zelfstandig verder te leven.
Er is al veel onderzoek gedaan naar allerlei factoren die de mantelzorg bepalen. Wat tot nog toe veel minder aandacht kreeg is hoe in de relationele praktijk tussen oudere en mantelzorger de mantelzorger zodanig empowered kan worden dat hij/zij enerzijds de mantelzorg kan continueren en anderzijds op basis van realistische criteria kan beëindigen. Dat inzicht is noodzakelijk om vervolgens methodiek(en) te ontwikkelen die de mantelzorger ondersteunen in de beslissingsprocessen omtrent het al dan niet zelf continueren van de zorg.
De woonzorgsector (vroeger ROB/RVT) staat voor tal van grote uitdagingen de komende jaren. De komst van zelfevaluatie is er één van. In 2009 nam de Vlaamse regering het besluit dat een woonzorgcentrum een zelfevaluatie moet uitvoeren tegen 2012. De K.H.Kempen startte daarom via het onderzoekscentrum Vonk3 reeds in 2008 met de ontwikkeling van een kwaliteitsinstrument dat moet uitmonden in een hanteerbaar instrument gericht op zelfevaluatie en empowerment.
De kwaliteit van zorg en van leven in woonzorgcentra (WZC) wordt enerzijds bewaakt door de overheid via wetgeving en inspecties. Anderzijds stellen de woonzorgcentra zelf dat ze over onvoldoende en vaak helemaal geen instrumenten beschikken om de kwaliteit in de eigen voorziening zelf te evalueren en hier concrete plannen aan te koppelen. De bestaande modellen zijn vaak niet toegespitst op deze sector: te complex of te arbeidsintensief. Een kwaliteitsinstrument op maat van de sector en gemakkelijk werkbaar in de praktijk dringt zich op.
In samenspraak met de sector en op basis van literatuurstudie, expertinterviews en focusgroepen kwam een kwaliteitsinstrument tot stand. Het ontwikkelde zelfevaluatie instrument werd uitgetest in 16 voorzieningen.
Op basis van alle verzamelde gegevens van de afgelopen drie jaar, zal in het najaar het zelfevaluatie instrument samen met de bevindingen van het onderzoek worden voorgesteld.
Voor meer informatie contacteer: katleen.heuten@khk.be
Het inspectie-instrumentarium dat op heden gebruikt wordt voor de inspecties binnen de ouderensector, meer bepaald binnen de rusthuizen (met en zonder bijkomende erkenning als rust- en verzorgingstehuis), geeft een objectief beeld over de mate waarin een voorziening zich conformeert aan de regelgeving. Dit instrumentarium is bijgevolg vrij normgedreven en gericht op de controle op de naleving van de ROB- en RVT-normen, evenals de Sectorspecifieke Minimale Kwaliteitseisen. Dit normgericht karakter brengt met zich mee dat de geleverde kwaliteit van zorg slechts onrechtstreeks in kaart kan worden gebracht. Dit onderzoek dient te resulteren in een aangepast inspectie-instrumentarium en de nodige rapporteringstools voor zowel beleids- als publiekgerichte rapportering.
© 2012 - KHKempen - lieven.de.maesschalck@khk.be